11sep
Focus

Onbelast 500 euro bijverdienen mogelijk sinds 15 juli 2018

De bijklusser mag maximaal 6.000 euro per kalenderjaar (geïndexeerd geeft dit 6.130 euro in 2018) verdienen met bijklussen. In dat bedrag zijn eventuele verplaatsingskosten en onkosten inbegrepen. Het bedrag geldt voor de drie categorieën samen: verenigingswerk, diensten van burger aan burger en activiteiten in de deeleconomie.

De inkomsten uit verenigingswerk en uit diensten aan burgers mogen niet meer dan 500 euro per maand (geïndexeerd geeft dit 510,83 euro in 2018) bedragen.

Tot dit bedrag moet de bijklusser geen fiscale of sociale bijdragen betalen. Als dit bedrag wordt overschreden in één maand of over het jaar, wordt de bijklusser beschouwd als zelfstandige of loontrekkend werknemer en worden zijn inkomsten als dusdanig belast.

Wie mag bijklussen?

Verenigingswerk, diensten aan openbare administraties en diensten van burger aan burger

  • Werknemers die minstens 4/5 werken [3]. Er mag niet worden bijgeklust voor een vereniging die de bijklusser de afgelopen 12 maanden tewerkgesteld heeft.
  • Zelfstandigen in hoofdberoep, op voorwaarde dat ze niet dezelfde activiteit uitoefenen als in hun hoofdberoep.
  • Gepensioneerden. Naast occasionele dienstenverrichting mogen zij ook bijklussen voor een vereniging waar ze in de periode tussen 12 en 9 maanden voorafgaand aan de startdatum van de klus hebben gewerkt.

Een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze of SWT-er (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag) mogen met behoud van hun uitkering een activiteit in het verenigingswerk uitoefenen:

  • als ze dit vooraf schriftelijk aangeven aan de RVA en
  • op voorwaarde dat het gaat om een loutere voortzetting van de activiteit die reeds vóór de intrede van de werkloosheid effectief werd verricht.

Diensten geleverd aan een erkend deeleconomieplatform

Iedereen mag bijklussen in de deeleconomie. Zelfstandigen in hoofdberoep mogen echter niet dezelfde activiteit uitoefenen als in hun hoofdberoep.

Welke procedure moet gevolgd worden?

Voor verenigingswerk

De vereniging moet de activiteit van de bijklusser aangeven voordat deze aanvangt en moet daarbij een reeks gegevens vermeld worden (deze vind u via de website www.bijklussen.be).

Bij diensten van burger aan burger

De “bijklusser” moet de aangifte zelf doen vóór het begin van de diensten en moet daarbij ook een aantal gegevens vermelden (zie ook www.bijklussen.be).

Bij diensten geleverd aan een erkend deeleconomieplatform

Deze diensten moeten niet worden aangegeven via de onlinedienst “bijklussen”. Het erkende deeleconomieplatform maakt de inkomsten en administratieve kosten elk jaar over aan de FOD Financiën. Het is aan de bijklusser om ze te vermelden in zijn belastingaangifte samen met in voorkomend geval de inkomsten uit de twee andere categorieën.

Een website rond bijklussen staat ter beschikking

Naar aanleiding van dit wetgevend initiatief rond bijklussen werd hierrond een website www.bijklussen.be aangemaakt.

Vanaf 15 juli 2018 kunnen er op de website niet alleen diensten worden aangegeven, maar de site geeft ook een overzicht van alle diensten die de bijklusser aangeeft (voor diensten van burger aan burger) en die voor hem zijn aangegeven (door een vereniging). U vindt er ook het bedrag dat de bijklusser reeds per maand en per jaar heeft verdiend.

Opgelet: de website vermeldt dus niet de bedragen die worden toegekend door de erkende deeleconomieplatformen!

Naar het Grondwettelijk Hof

Unizo en de Boerenbond hebben intussen reeds laten weten dat zij alvast de “bijkluswet” gaan aanvechten bij het Grondwettelijk Hof. Mogelijks sluiten ook andere organisaties aan bij de actie, wordt daar gezegd. Wordt ongetwijfeld vervolgd…

 

Wil je meer informatie rond dit onderwerp? Neem dan zeker contact op met KMO Team Focus.

[1] Deze maatregel, die eigenlijk gepland was om in werking te treden op 1 januari 2018, kwam al eerder onder vuur door negatieve adviezen van de Raad van State en de sociale partners. Ook “Cocof”, de Franse gemeenschapscommissie riep een belangconflict in tegen de maatregel. “Het risico op oneerlijke concurrentie ten opzichte van de beroepsactiviteiten is te groot”, zo klonk het algemeen. Het verzet tegen de “bijkluswet” is verre van geluwd, zoals u hierna kan lezen.

[2] Verenigingswerk is geen vrijwilligerswerk. Vrijwilligerswerk is immers vrij en zonder verplichting. Er is geen overeenkomst, er is geen aangifte en het is, buiten een mogelijke onkostenvergoeding, onbetaald. Verenigingswerk is wel betaald en daarom strikt omschreven (de lijst van toegelaten activiteiten kan geraadpleegd worden op de website rond bijklussen). De bijklusser mag niet voor dezelfde vereniging tegelijk vrijwilliger zijn, tenzij hij helemaal niets krijgt voor het vrijwilligerswerk (dus ook geen onkostenvergoeding).

[3] Deze voorwaarde wordt gecontroleerd in T-3 (of op T-2 voor gepensioneerden) d.w.z. het derde of tweede kwartaal voorafgaand aan het begin van de prestaties als verenigingswerker of occasionele dienstenverrichter. Deze voorwaarde wordt automatisch gecontroleerd bij aangifte van de diensten op website bijklussen, en er wordt een Ok als antwoord gegeven indien de persoon voor wie men de aangifte doet aan de voorwaarde voldoet.

Bron: Securex Sociaal Secretariaat – Legal 24/07/2018